Fotoalbum Johannus M. van Hemert - Jo van Hemert: Paardenverzorger in de Meidagen

Hoofdstuk 1: Een gewone man met een bijzondere taak

Jo van Hemert, een eenvoudige fietsenmaker uit De Bilt, was een man van weinig woorden maar met een grote liefde voor paarden. Hij zat als kind al op het paard van de groenteboer. Toen de mobilisatie werd afgekondigd in 1939, meldde Jo zich bij het III-8 Regiment Artillerie, onderdeel van het 8e Regiment Bereden Veldartillerie. Zijn taak: zorgen voor de paarden die de 7veldkanonnen trokken, het belangrijkste geschut van de eenheid. Dit regiment was verantwoordelijk voor het ondersteunen van de infanterie met mobiele artillerie, en de paarden waren van levensbelang voor de mobiliteit van het regiment.

Het 7veldkanon, officieel het 7-veld Model 1904, was een kanon met een kaliber van 7,5 cm dat speciaal ontworpen was voor veldoperaties. Het had een effectief bereik van ongeveer 6,5 kilometer en werd meestal door zes paarden getrokken. Voor Jo was het een eer om deel uit te maken van deze eenheid, maar hij wist ook dat het een zware verantwoordelijkheid was. De paarden moesten in topconditie blijven, ongeacht het weer of de omstandigheden.

Hoofdstuk 2: De deel van de familie Gerritsen (buren van Vink)

Tijdens de mobilisatieperiode werden veel troepen, inclusief hun paarden en uitrusting, verspreid over lokale boerderijen om beter voorbereid te zijn op een aanval. Jo werd samen met enkele andere verzorgers naar de deel van de familie Gerritsen in Achterberg gestuurd, waar een van de stallen werd gebruikt als tijdelijke schuilplaats voor de paarden. Het regiment gebruikte deze tijd om de dieren te trainen en ze te laten wennen aan het geluid van schoten en explosies.

De paarden hadden echter last van droes, een besmettelijke ziekte die vaak voorkwam bij paarden die dicht op elkaar werden gehouden. Jo werkte onvermoeibaar om hen te behandelen. Hij gebruikte warme kompressen en desinfecteerde de stallen regelmatig. Zijn inzet bleef niet onopgemerkt, en Gerrie Vink, dochter van de buren, bood aan om te helpen. Samen ontwikkelden ze een routine: Jo deed de fysieke behandeling van de dieren, terwijl Gerrie zorgde voor hun voeding. Tijdens deze samenwerking groeide hun band.

Hoofdstuk 3: De dreiging aan de horizon

In het voorjaar van 1940 werd de spanning steeds voelbaarder. Het 8e Regiment Bereden Veldartillerie was gestationeerd langs de Grebbelinie, een van de belangrijkste verdedigingswerken van Nederland. Deze linie bestond uit versterkte stellingen, bunkers en inundatiegebieden die het vijandelijke leger moesten vertragen. Jo en zijn regiment bevonden zich bij het Berghuis, Amerongen, in de sector rond Rhenen, een strategisch punt dicht bij de Grebbeberg.

Jo was zich bewust van de ernst van de situatie. Hij controleerde de paarden meerdere keren per dag en oefende samen met de artilleristen het snel opstellen en afbreken van de 7veldkanonnen. Hij wist dat elke seconde cruciaal kon zijn tijdens een aanval. Ondertussen bracht hij ook veel tijd door met Gerrie, die hem vaak moed insprak.
"Wat je doet, is belangrijk". zei ze. "Zonder jou en de paarden kan het regiment niet vechten."

Hoofdstuk 4: Het begin van de strijd

Op 10 mei 1940 begon de Duitse invasie van Nederland. Het regiment kreeg al snel de opdracht om zich naar de frontlinie bij Rhenen te begeven. Jo had nauwelijks tijd om afscheid te nemen van Gerrie. Met lood in zijn schoenen en een groep gespannen paarden trok hij richting de Grebbeberg.

De eerste gevechten waren chaotisch. Duitse Stuka-bommenwerpers vielen de Nederlandse stellingen aan, terwijl de artillerie van het regiment probeerde de vijand op afstand te houden. Jo's prioriteit was om de paarden kalm te houden en ze in beweging te houden om beschietingen te vermijden.

Het 8e Regiment gebruikte zijn 7veldkanonnen om Duitse pantserwagens en infanterieposities te bestoken. De artilleristen waardeerden Jo's inspanningen, omdat de paarden hun kanonnen snel naar veiliger posities konden brengen. Onder luid kabaal hielp Jo zelfs bij het laden van munitie toen dat nodig was.
"We kunnen op je rekenen, Jo", zei kapitein Ballot tegen hem tijdens een korte pauze.

Hoofdstuk 5: De slag om de Grebbeberg

De strijd op de Grebbeberg was hevig. Duitse troepen vielen met overweldigende kracht aan, terwijl het Nederlandse leger zich wanhopig verdedigde. Jo werkte onvermoeibaar door, vaak zonder te slapen. Hij verzorgde de paarden, bracht munitie naar de kanonnen en hielp zelfs gewonde soldaten evacueren.

Hij zag vrienden en collega's sneuvelen, maar hij bleef zich vastklampen aan zijn taak.
"Zolang de paarden kunnen lopen, kunnen wij vechten", hield hij zichzelf voor.

Op een gegeven moment werd zijn eenheid omsingeld. Jo wist een groep paarden en enkele mannen uit de val te leiden door een smal bospad dat hij tijdens eerdere oefeningen had ontdekt. Dit moedige initiatief redde zowel mensenlevens als belangrijk materieel. Na deze hachelijke ontsnapping stuurde hij een korte boodschap naar Gerrie via een koerier: "Ik ben in leven. Hoop je snel weer te zien."


Van Hemert geheel links op de foto, bij een van de stallen van het Edese garnizoen.

Hoofdstuk 6: Het verlies en de overgave

Op 13 mei 1940 moest Nederland zich overgeven. Voor Jo en zijn regiment was dit een bittere pil. Veel paarden waren gewond of uitgeput, en Jo voelde zich machteloos. Toch bleef hij zorgen voor de dieren, zelfs toen de Duitse soldaten hen ontwapenden.

Kapitein Ballot sprak Jo persoonlijk aan: "Jij hebt je taak meer dan vervuld. Ik ben trots op je."
Op 27 juni 1940 was Jo weer in De Bilt. Tot 1 april 1943 werkte hij opnieuw als fietsenmaker, zo goed en kwaad als het ging.

In 1943 werd Jo, samen met veel andere Nederlandse burgers, door de Duitsers meegenomen in het kader van de Allgemeine Arbeitseinsatz (8 mei 1943) voor iedereen van 18 tot 35 jaar. Hij werd geselecteerd voor tewerkstelling in Duitsland en moest alles achterlaten. De gedachte aan Gerrie en zijn belofte om terug te keren, gaf hem kracht.

Hoofdstuk 7: Arbeitseinsatz in Duitsland

Jo werd geplaatst op een boerderij in een afgelegen dorp Wittlich (bij Trier) in de Eifel. Hier moest hij lange dagen werken onder zware omstandigheden. Zijn ervaring met paarden maakte hem waardevol voor de Duitse boer, maar hij bleef wel een tewerkgestelde.

De boerderij had geen machines; alles werd gedaan met behulp van paarden, en Jo zorgde ervoor dat ze goed behandeld werden, zelfs als de boer ongeduldig was. 's Avonds schreef hij brieven aan Gerrie, al wist hij niet of ze ooit bezorgd zouden worden. Hij hield zich staande door herinneringen aan de avonden bij de familie Vink en de hoop om haar ooit weer te zien.

Hoofdstuk 8: Terugkeer naar huis

Na zijn bevrijding in 1945 keerde Jo op 9 maart 1945 uitgeput maar vastberaden terug naar Nederland. De reis duurde weken via Namen, Gronsveld en Putte, maar zijn doel om Gerrie weer te zien hield hem op de been.

Bij terugkomst in De Bilt hoorde hij dat Gerrie en haar familie de oorlog hadden overleefd. Hij reisde onmiddellijk naar Achterberg, waar hij haar in zijn armen sloot.
"Ik heb je nooit vergeten", fluisterde hij, terwijl tranen over hun gezichten stroomden.

Hoofdstuk 9: Een nieuw begin

Jo en Gerrie trouwden in 1948 en begonnen een nieuw leven in De Bilt. Jo had vanaf 25 juli 1945 weer zijn rijwielhandel, die al snel een vertrouwd adres werd voor de lokale gemeenschap. Gerrie hielp in de winkel en stond klaar voor haar gezin.

Samen bouwden ze een gezin op en vertelden ze hun kinderen verhalen over de oorlog, de paarden en de bijzondere band die hen bij elkaar had gebracht. Hoewel Jo zijn paarden nooit vergat en privé bleef paardrijden tot op hoge leeftijd, onder andere bij de Stichtse Ruiters, vond hij voldoening in zijn nieuwe leven.

"Ik heb geleerd dat zelfs in de moeilijkste tijden hoop en liefde ons kunnen redden", vertelde hij vaak aan zijn klanten.

Epiloog: Een stille held

Jo van Hemert bleef een eenvoudige, maar zeer belezen man. Hij las minstens één boek per week over uiteenlopende onderwerpen en kon zowel met professoren als boeren uitstekend overweg. Zijn verhaal verdient een plek in de geschiedenis.

Hij liet zien dat zelfs in de donkerste tijden een mens het verschil kan maken, niet door grote daden, maar door onvoorwaardelijke toewijding aan zijn roeping. Zijn liefde voor paarden, de band met Gerrie Vink en zijn inzet voor zijn gemeenschap waren het licht in een donkere tijd.

Historische noot over het 8e Regiment Bereden Veldartillerie

Het 8e Regiment Bereden Veldartillerie was een essentieel onderdeel van de Nederlandse verdediging in de meidagen van 1940. Het regiment was uitgerust met 7veldkanonnen, die vanwege hun mobiliteit en betrouwbaarheid cruciaal waren voor de ondersteuning van de infanterie.

Deze kanonnen konden zowel direct als indirect vuur leveren, afhankelijk van de situatie. De paarden waren van vitaal belang voor het transport van de zware kanonnen en munitie. Elk regiment had paardenverzorgers zoals Jo van Hemert, die ervoor zorgden dat de dieren gezond en sterk bleven.

Tijdens de slag om de Grebbeberg speelde het regiment een belangrijke rol in het vertragen van de Duitse opmars, hoewel de overmacht uiteindelijk te groot bleek. Met deze kennis blijft het verhaal van Jo van Hemert niet alleen een persoonlijk relaas, maar ook een eerbetoon aan alle mannen en dieren die hun plicht vervulden in een tijd van crisis.






Download hier het oorlogszakboekje van Van Hemert





Johannus (roepnaam Joop) van Hemert te paard voor de rijloods met het ronde dak


Luchtfoto kazerneterrein Ede met de locatie waar bovenstaande foto is genomen in 1935