Foto's: Wouter van den Berg
De sneeuw rondom De Smederij is inmiddels verdwenen, maar op 7 januari 2026 leek het even alsof we een
sprong terug in de tijd hadden gemaakt. Een stil, wit landschap, dat herinnert aan winters van lang geleden - aan
een Nederland waarin niet de Duitse bezetter maar Koning Winter een meedogenloze heerser was.
Zo'n winter was het in 1942, midden in de oorlog. Nachtenlang daalde de temperatuur tot ongekende diepten,
naar -27,4 ”C, wat een nieuw kouderecord was. Zo koud was het in de laatste driehonderd jaar nog niet geweest.
De vorst kroop door kieren en muren, liet waterleidingen barsten en maakte van elke ademwolk een wolkje
wanhoop.
Mensen sliepen met hun jas aan, dicht tegen elkaar aan om de kou te trotseren.
Aan alles was gebrek. Eten en kolen waren op de bon. Wie niets meer had om te stoken, zocht zijn toevlucht tot wanhoopsdaden.
In de Randstad werden vloeren opengebroken en meubels aan stukken geslagen om nog één keer de kachel te kunnen laten branden.
Bomen verdwenen uit parken en lanen, en zelfs spoorbielzen werden onder de rails vandaan geroofd - alles om die ene genadeloze vijand buiten te houden.
Alsof de kou nog niet genoeg was, brandde die winter in Ede het gemeentehuis tot de grond toe af. Het stro dat
de bluskranen tegen de vorst had moeten beschermen, was keihard vastgevroren. Het blussen liep daardoor
ernstige vertraging op; wat restte was een helse en ijskoude strijd tegen het vuur, gevoerd door brandweerlieden
met verkleumde handen en verstijfde slangen.
Ook in februari bleef het erg koud en viel er veel sneeuw. Op sommige plaatsen wel tot 40 cm. Lopen en fietsen
werd zo vrijwel onmogelijk en ook het openbaar vervoer liep vast. Nederland zat op slot. Pas halverwege maart
was de winter voorbij. De dooi zorgde ook voor veel overlast, en verdriet, De kranten in die dagen stonden vol
berichten over kinderen die verdronken waren nadat ze zich nog op het ijs hadden gewaagd.
Het sneeuwbeeld van 2026 was slechts een momentopname, een onschuldige echo. Maar het herinnert eraan
hoe een winter niet alleen mooi was, maar ook hard, meedogenloos en allesbepalend.